‘Bonus niet de bron van alle kwaad’

Raymond Zaal, docent International Business and Management Studies bij Hogeschool Inholland, deed promotieonderzoek naar onethisch gedrag bij een bank. De titel van zijn proefschrift bij de Nyenrode Business Universiteit luidt Organizational determinants of unethical behavior in commercial banking. Zijn conclusie: fout gedrag op de werkvloer heeft minder te maken met formeel beleid, bijvoorbeeld op het gebied van beloning, dan men vaak denkt.

Onder onethisch gedrag verstaat Zaal onder andere het bewust verstrekken van verkeerde financiële informatie, het manipuleren van rapportages of het verkeerd voorlichten van klanten. “Ik heb dergelijke gedragingen gemeten bij een grote Nederlandse bank en relateerde ze aan een groot aantal verklarende factoren”, legt hij uit. “Sommige van die factoren zijn hard, andere zacht. Harde, formele factoren liggen vast in de organisatiestructuur. Denk aan beslissingsbevoegdheden en het beloningsbeleid. Zaken die op zwart op wit staan. Daarnaast zijn er zachte, informele factoren, zoals de organisatiecultuur en het ethische klimaat.”

Complexe statistiek
Zaal koos voor een grootschalige, kwantitatieve benadering. “Bijzonder aan mijn onderzoek is dat het heel veel variabelen kent. Om die te analyseren is complexe statistiek nodig”, zegt hij. Duizend bankmedewerkers kregen een vragenlijst met 140 vragen. “Ik vroeg niet of ze zelf onethisch gedrag vertonen, want dan krijg je vertekende antwoorden, maar of ze het waarnemen.”

Natuurlijk bestaat de kans dat werknemers de zaken rooskleuriger of juist negatiever voorstellen dan ze zijn. Maar dat is niet problematisch, zegt Zaal. “In dit type onderzoek gaat het om de relatie tussen de variabelen. Ondanks overschatting of onderschatting blijft de onderlinge verhouding hetzelfde.” Bovendien bleek uit de statistische analyses dat deze effecten binnen de normen bleven.

Niet rijk rekenen
De onderzoeksresultaten gaan in tegen het heersende idee dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen een formele factor als het beloningsbeleid en fout gedrag. In de publieke discussie over hoge bonussen gaat men ervan uit dat die de bron van alle kwaad zijn. Politici willen ze daarom afschaffen. Zaal: “Mijn onderzoek nuanceert die gedachte en maakt duidelijk dat het effect van die beperkte aanpak niet groot is. Politici en bankendirecties moeten zich daarom niet zomaar rijk rekenen. Organisaties horen werknemers te faciliteren en ondersteunen, zodat zij op een moreel verantwoorde manier hun werk kunnen doen.”

Hij stelt wel dat er morele overwegingen zijn om bijvoorbeeld het bonusbeleid aan te pakken. “Je kunt je afvragen of het rechtvaardig is dat iemand een bonus krijgt van 1,5 miljoen euro, want het zorgt voor grote sociale ongelijkheid en onbegrip bij anderen.”

Ander geluid
Opvallend aan Zaals onderzoek is dat het complex van opzet is, maar dat het, in zijn woorden, “op de achterkant van een sigarendoos uit te leggen valt.” Dat is volgens hem niet de enige reden dat er aandacht voor is van onder andere het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio en vanuit de financiële en academische wereld. “Het is en blijft een actueel onderwerp. Bovendien laat ik een ander geluid horen.”

Toch is het niet vanwege de bankencrisis dat Zaal voor de financiële sector als onderzoeksgebied koos. “Ik heb ook interesse in andere bedrijfstakken, maar had goede contacten bij een bank en het geluk dat ik via via in contact kwam met de CEO. Die vond mijn idee interessant en wilde me een kans geven.”

Geen zorgen
Tijdens Zaals presentatie van zijn onderszoeksvoorstel aan de top van de bank, liet de CEO zien welke schijven van beveiliging, compliance en riskmanagement er bestaan in zijn organisatie. “Zijn conclusie was: ‘Ik wil graag aan je onderzoek meewerken, maar maak me geen zorgen. We hebben onethisch gedrag onder controle.’ De volgende dag viel de DSB Bank om. Die had de zaken misschien anders geregeld, maar de gebeurtenis maakte mijn onderzoeksvoorstel extra actueel.”

Geluk
“De omvang en de kwaliteit van de dataset waren heel belangrijk voor mijn onderzoek”, zegt Zaal. “Gelukkig was de respons groot. Dat kwam omdat het management de werknemers grondig op het onderzoek voorbereidde. Zo ontvingen ze vooraf een brief met uitleg.” Gedurende het traject realiseerde hij zich dat je als promovendus niet alleen doorzettingsvermogen moet hebben, maar ook geluk. “Zonder mijn ingang bij de top van de bank was het me niet gelukt om aan onderzoeksdata van een bank te komen en had het promotietraject misschien veel langer geduurd”, stelt hij. “Het liet me zien dat promotietrajecten makkelijk verkeerd kunnen lopen. Niet elk traject levert een proefschrift op. De relatie met je promotor moet bijvoorbeeld jarenlang goed blijven en je werkwijze moet ook al die tijd vol te houden zijn.”

Vervolg
Zaal heeft grote plannen met zijn proefschrift. “Er komt een Nederlandstalige publieksversie, een soort hands-on managementboek.” Een ander concreet initiatief is om een samenwerkingsverband te vormen met partijen zoals De Nederlandsche Bank, AFM, Nyenrode en Hogeschool Inholland om het onderzoek in de financiële sector verder uit te breiden.

“Daar volgen dan tools uit, zoals onderzoeksinstrumenten, opleidingen en cursussen op het gebied van integriteitsmanagement, die we kunnen aanbieden aan de sector en het hoger onderwijs”, zegt Zaal. “Onderzoek doen is leuk, net als boeken schrijven, maar het is natuurlijk het mooist als het iets oplevert waarmee je bedrijven kunt helpen om effectief het integriteitsgedrag te verbeteren.”

Dit artikel verscheen in iets gewijzigde vorm in ENZO, medewerkersmagazine van Hogeschool Inholland, editie november/december 2012.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: weten