De muren van Constantinopel

Het woord episch wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Een epische stapavond hier, een epische espresso daar… Die omschrijving is wél zonder twijfel van toepassing op de val van Constantinopel – of de verovering van Istanboel, het ligt er maar aan van welke kant je het bekijkt. Een strijd die zich afspeelde op stadsmuren van een legendarische stad, tussen tot de verbeelding sprekende tegenstanders in een fascinerende tijd. Roger Crowley laat ons in vogelvlucht het slagveld zien in zijn boek Constantinople: the last great siege, 1453, dat werd uitgebracht in 2005.

De val van Constantinopel is een geschiedenis die zich prima leent voor een drie uur durend filmepos. Ik zie de voornaamste rollen al voor me. De charismatische leiders, keizer Constantijn XI Palaiologos en sultan Mehmet II, mogen natuurlijk niet ontbreken, net als een imponerende Ottomaanse janitsaar, een heldhaftige Griekse soldaat en een gehaaide Venetiaanse kapitein. O, en niet te vergeten een Byzantijnse burger die wekenlang tussen hoop en vrees leeft – de enige manier om een vrouwelijk personage aan de film toe te voegen (minus verplicht romantisch subplot, brrr).

Legendarische stad
De hoofdrol gaat echter zonder twijfel naar Constantinopel zelf. Roger Crowley laat je kennismaken met de 15e eeuw, waarin deze reeds in verval geraakte, maar nog steeds legendarische stad het laatste restje Byzantijnse Rijk (of, volgens de inwoners, het Romeinse Rijk) vertegenwoordigde. Het was geïsoleerd door een theologisch dispuut met Rome en door het steeds verder oprukkende Ottomaans Rijk, dat het nu geheel omsloot. De stad was de Vierde Kruistocht in 1204 nooit helemaal te boven gekomen: de schatkist was praktisch leeg en de bevolking was sterk afgenomen.

Ondanks het verval bood de stad nog steeds een indrukwekkende, Tolkien-waardige aanblik, dankzij indrukwekkende monumenten als de St. Sofia-kathedraal (nu moskee) en de half ingestorte Hippodroom. De Muur van Theodosius stal echter de show. Deze 6,5 kilometer lange, dubbele verdedigingsmuur met gracht en vele tientallen torens werd in de 5e eeuw n.Chr. gebouwd en strekte zich aan de westelijke zijde van de stad uit van horizon tot horizon. Aangezien Constantinopel een ruwweg driehoekige vorm had en de andere twee zijden door water en muren werd begrensd, was de stad vele eeuwen lang onneembaar. Nog steeds is de loop van de muur duidelijk te zien op satellietfoto’s.

De Muur van Hesodosius

Buskruit en kanon
Meer dan duizend jaar behield de stad bijna onafgebroken die status. Maar tijden veranderen, en daarmee aanvalstechnieken. Het begin van de 15e eeuw zag de snelle opkomst van buskruit en het kanon. In heel Europa vielen oude kastelen met trotse muren binnen korte tijd ten prooi aan dit nieuwe wapentuig. Zo kon het gebeuren dat het lot van de stad eigenlijk al bezegeld was toen de ambitieuze Ottomaanse leider Mehmet II een obsessie voor Constantinopel én kanonnen ontwikkelde. Hij zag de stad – niet zonder reden – als een hinderlijke en potentieel gevaarlijke factor middenin zijn rijk. Met ongeveer 80.000 manschappen, meer dan 50 stuks geschut en tientallen schepen toog hij naar de Bosporus, nog maar 21 jaar oud. Constantinopel zelf kon maar 8000 man inzetten.

Twee maanden strijd
Het beleg was een verschrikking voor beide kanten, maar zoals gewoonlijk vooral voor de belegerden. Duizenden kannonskogels teisterden de stad. De burgers – man, vrouw, jong, oud – hielpen de verdedigers traditiegetrouw waar ze konden. Ditmaal hield dat vooral in dat ze doorlopend de muren oplapten als de kanonnen weer hadden huisgehouden. Ze hielden dat wonderbaarlijk lang vol, bijna twee maanden. De religieuze hysterie liep hoog op, ook in het uitgestrekte kamp van de belegeraars, mede omdat leiders Mehmet en Constantijn religie inzetten om het wankele moreel hoog te houden.

De onvermoeibare inzet van de verdedigers mocht niet baten. Tijdens een alles-of-niets-bestorming werd een belangrijke Byzantijnse legerleider gedood en de verdediging zakte als een kaartenhuis in elkaar. Tienduizenden Ottomanen overspoelden de stad – volgens islamistische traditie mochten ze drie dagen lang oorlogsbuit verzamelen. Mannen, ouden van dagen en zieken werden direct omgebracht, vrouwen en kinderen als slaaf de stad uitgevoerd en kerken en huizen leeggeroofd. In één dag werd werd duizend jaar aan trotse Byzantijnse geschiedenis bijna geheel uitgewist.

Ultieme vijand
Enige tijd later bereikte het nieuws van de val West-Europa. Er klonk gejammer in de straten. Velen wisten het zeker: het einde der tijden was aangebroken. Aangedikte verhalen over de wreedheden van ‘de bloeddorstige Turk’ deden mensen geloven dat de antichrist in de persoon van Mehmet II aan de poort van Europa stond. De Ottomanen, en daarmee moslims in het algemeen, werden de ultieme vijand. Honderden jaren lang, tot aan de 20e eeuw, bleef de dreiging vanuit het oosten aanhouden. De Ottomaanse legers zouden in 1683 zelfs tot aan de poorten van Wenen komen.

Een 15e-eeuwse janitsaar, door Gentile Binelli. Janitsaren waren
de Europese elitetroepen en lijfwachten van sultans

Meeslepend en actueel
Historicus Roger Crowley ontdeed zijn boek van alle ‘overbodige’ details in een streven er een soepel lopend, spannend verhaal van te maken. Hij slaagt er volledig in; Constantinople is een van de meest meeslepende geschiedenisboeken die ik heb gelezen. Keerzijde van die benadering is dat zijn verslag verre van volledig is, iets wat de Cambridge-alumnus ook erkent. Crowley’s transparantie is prettig. Hij beschrijft hoe moeilijk het is om een weloverwegen beeld van de belegering te geven. Vrijwel alle beschikbare contemporaine bronnen waren christelijk, omdat de Ottomanen destijds nog een vooral orale cultuur hadden.

Net zoals de meeste recente boeken over de historische islam legt ook Crowley een link met het huidige wereldnieuws (een nieuwere editie draagt de hijgerig commerciële titel 1453: The holy war for Constantinople and the clash of Islam and the West). Crowley stelt dat een deel van de huidige spanningen tussen Europa en de islamitische wereld is terug te voeren op de val van de Byzantijnse stad en de wijze waarop die sindsdien werd uitgemolken door religieuze en politieke leiders. Dat lijkt me niet vergezocht. Zo bezien was de afgelopen tijd een interessante periode om dit boek te lezen. Het nieuws over de koppensnellende Islamitische Staat, Boko Haram in Nigeria en de aanslagen in Brussel, Parijs en Kopenhagen wekt het aloude beeld van de fanatieke, bloeddorstige moslim weer tot leven. Menig Europees politicus gebruikt het als aansprekende illustratie van de noodzaak van een ‘waakzaam’ buitenland-, veiligheids- en immigratiebeleid.

Apocalyps
De gebeurtenissen van 1453 worden ook op andere plekken en manieren opnieuw geïnterpreteerd. De Turkse premier Tayyip Erdogan gebruikt de overwinning van Mehmet II om de nationale mythe te versterken: “[Erdogans] grootste held is sultan Mehmet II. Een paar jaar geleden heeft Erdogan net buiten de stadsmuur van Istanbul een reusachtig panorama over hem geopend. Daar kun je met veel geluids- en lichteffecten zien hoe deze sultan in 1453 Constantinopel veroverde. Elk jaar bij de herdenking van die verovering wordt Mehmet II tijdens een spectaculaire lasershow in de lucht geprojecteerd.” En ideologen binnen Islamitische Staat zien een nieuwe belegering als een horde in de richting van de apocalyps: “The prophetic narration that foretells the Dabiq battle refers to the enemy as Rome. Who ‘Rome’ is, now that the pope has no army, remains a matter of debate. But Cerantonio makes a case that Rome meant the Eastern Roman empire, which had its capital in what is now Istanbul … After its battle in Dabiq…the caliphate will expand and sack Istanbul.”

Het verhaal dat Roger Crowley vertelt zal nog lang relevant blijven en niet alleen omdat de symbolische betekenis van de val van Constantinopel nog steeds na-echoot in oost en west. Ook in deze tijd van cyberoorlogen en drones vormt de belegering van steden nog een onlosmakelijk onderdeel van oorlogen en conflicten. De inwoners van Kobani, Baga en Mariupol leven in dezelfde angst als de Byzantijnen in 1453. The last great siege, luidt de ondertitel van dit boek. Was het maar waar.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: boek