Hitparade #1

Innocence (2004) Vanaf de eerste scène doet deze mysterieuze film uit Frankrijk het ergste vrezen. Een jong meisje komt in een grafkist(!) aan op een bosrijk landgoed. Binnen de hoge muren ervan wonen zo’n dertig meisjes tussen de 6 en 12 jaar oud. Ondanks de vele strikte verboden leiden ze een heerlijk leventje vol balletdans en spel. Maar waar gaan de oudste meisjes elke avond om klokslag negen naartoe? En waarom mag niemand weg? Het lijkt alsof de meisjes klaargemaakt worden voor iets, maar wat? De kijker wordt geplaagd door allerlei nare vermoedens; het frequente vertoon van prepuberaal (doch niet-aanstootgevend) naakt maakt dat alleen maar erger. Zo is de film griezelig en onschuldig tegelijk. Maar is onze bezorgdheid wel terecht? Zegt die niet meer over onze eigen angsten en verwachtingen dan over hetgeen we zien? De allerlaatste scène verduidelijkt een heleboel als je hem symbolisch interpreteert. Een subtiele, intrigerende en prachtig geschoten film over volwassen worden, die inspeelt op hedendaagse taboes.

Innocence: tegelijk griezelig en onschuldig

Shane (1953) Een fijne western van regisseur George Stevens. Lone gunman Shane komt bij een boerengezin terecht dat geterroriseerd wordt door een grootgrondbezitter. Na lang aarzelen zet hij zijn kwaliteiten in om hen te helpen. We krijgen geloofwaardige rollen te zien en realistische dialogen te horen, wat in oudere westerns niet altijd het geval is. Er is zelfs een dieper thema te bespeuren: zowel de held als de slechterik beseffen dat hun tijd erop zit; de beschaving komt eraan en er is geen plaats meer voor de wetteloosheid van het Wilde Westen. Gelukkig zijn de mooie westernclichés bewaard gebleven. Zoals de kwaadaardig grijnzende bad guy in het zwart, die er een stuk cooler uitziet dan Shane met z’n brave huisvader-look (sorry, huisvaders). Vrij bijzonder voor een film van vóór, zeg, de jaren zestig is dat Joey het bijdehante boerenzoontje niet rete-irritant is! Een goed acterende kindacteur in een klassieker, het kan blijkbaar dus wel. Het knaapje hield zelfs een Oscar-nominatie over aan zijn rol, wat weer een beetje te veel eer is.

Lost horizon (1937) Nogal eigenaardige, maar juist daarom leuke, klassieke avonturenfilm van Frank Capra. Een vliegtuig met daarin professioneel avonturier Robert Conway en een verzameling kleurrijke types stort neer in het Himalayagebergte. Daar worden ze door inheemsen naar het legendarische land Shangri-La gebracht. Allemaal toeval… of gepland? Een exotisch fantasielandschap, maffe gesprekken met een goeroe en een hoop gezever over het ontdekken van je “eigen Shangri-La” maken dit een fantasierijk unicum dat je gewoon bijblijft. Zeven minuten van de film bestonden overigens uit stills (met oorspronkelijk geluid), omdat stukken film verloren zijn gegaan. Werkte gek genoeg prima.

Riri shushu no subete / All about Lily Chou-Chou (2001) In bepaalde opzichten is dit een typische moderne Japanse film: hij duurt behoorlijk lang, heeft een dromerige en licht verwarrende stijl en bevat mooie visuele vondsten. We volgen een jongen, Yûichi, die een tumultueuze fase in zijn leven doormaakt. Verliefdheid, intimidatie, verkrachting, vanalles ondergaat hij of ziet hij gebeuren. Ondertussen vindt hij steun in de muziek van Lily Chou-Chou, een (fictieve) superster. De beelden worden afgewisseld met chatberichten van fans van Lily en biedt zo een blik in de belevingswereld van tieners. Hun dromen en adoratie staan in contrast met de soms nietsontziende omgang met elkaar. Regisseur Shunji Iwai heeft er geen moeite mee om in een nachtelijke scène een enorme schijnwerper op zijn fietsende hoofdpersonen te richten. Je beseft opeens dat je een film zit te kijken, maar het maakt niet uit, het effect is prachtig. Qua sfeer heeft deze film wel wat weg van Bright future en The taste of tea, alleen is hij wat grimmiger. Hoe dóen die Japanners dat toch, zulke buitenaardse, dromerige films maken?

All About Lily Chou-Chou: dromerig en grimmig

Le scaphandre et le papillon / The diving bell and the butterfly (2007) Inmiddels algemeen bekende en gewaardeerde film. Waargebeurd verhaal. Jean-Dominique Bauby, een succesvolle redacteur van het tijdschrift Elle, raakt bijna volledig verlamd. Hij kan alleen nog met één oog kijken en knipperen. Met hulp van een dame schrijft “Jean-Do” een boek over zijn verlamdheid. Het eerste halfuur bekijken we de wereld vanuit zijn perspectief, wat bijzonder claustrofobisch is. De film bevat enkele erg ontroerende scènes; in andere handen was hij vast een sentimenteel drama geworden, maar is nu dankzij regisseur Julian Schnabel een bitterzoete viering van het leven, de liefde en vrouwelijk schoon (want Franse film). In eerste instantie zou de film overigens Engelstalig worden met Johnny Depp in de hoofdrol… ha!

Roberto Succo (2001) We volgen de Italiaanse seriemoordenaar Roberto Succo tijdens een dodelijke reis door Italië, Frankrijk en Zwitserland. De film, die is gebaseerd op echte gebeurtenissen, is in feite plotloos en lijkt geen morele boodschap te hebben. Zo weerspiegelt hij op een slimme manier de geestesgesteldheid van Roberto. Hij heeft ook geen motivatie, doel, of redenen. Hij steelt, ontvoert en moordt gewoon. Dat is wat hij doet, zo leeft hij. Iedereen acteert naturel, alles is plausibel en realistisch. De film boeit daarom zoals gedramatiseerde documentaires kunnen boeien. Doordat je als kijker eigenlijk kritiekloos alle kansloze en schokkende acties van Succo volgt, ga je jezelf afvragen waaróm je eigenlijk kijkt (dat had ik ook bij Funny games van Michael Haneke). Is de mens Succo zo interessant, of is het vanwege een morbide nieuwsgierigheid naar zijn volgende misdaad? De Franse politie, die lang op de man jaagde, was minder te spreken over de neutrale houding van de film.

(artikel uit 2008, geüpdatet in 2012)

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film