Kinderen zien de ruimte

Het verkennen van de ruimte is een high-tech klusje. Zo is astronomie een kwestie van lange observaties door apparaten van miljoenen euro’s. Ruimtevaart is ook duur en vraagt net zo veel denkwerk en voorbereiding. Daarom is het opvallend dat deze vaak droge, academische ondernemingen plaatjes opleveren die ons direct aanspreken – omdat ze doen mijmeren en fantaseren, of gewoon omdat ze mooi zijn.

Kinderen zijn er misschien nog het meest ontvankelijk voor. Kijk maar met hoeveel fantasie en creativiteit zij beelden van outer space interpreteren:

De eerste is gemaakt door Aylana uit de VS, de tweede door Maliha uit Pakistan. Twee van mijn favoriete kunstwerken uit een overzicht van een jaarlijkse kunstwedstrijd voor scholieren. De ruimte is voor hen een kolkend palet van planeten, veelkleurige nevels en nieuwe verrassingen om elke hoek. En mensen (of mensachtigen…) vliegen en lopen er vrolijk rond.

Herkenbaar. Als tiener zag ik het ook helemaal voor me: mensen zouden de ruimte snel voorgoed veroveren. Een basis op de maan? Peulenschil. Daarna een basis op Mars? Piece of cake. Vervolgens een aarde-achtig klimaat op Mars of een andere planeet scheppen? Lastig, maar waar een wil is, is een weg! Driftig tekende ik alvast de benodigde ruimteschepen. Dat waren niet zomaar tekeningen, maar complete bouwplannen met een bizarre aandacht voor detail – mijn magnum opus was toch wel de Explorer 2000. Materialen voor kolonisatie en mijnbouw en uiteraard twee “200mm laserkanonnen”… Ik was klaar voor de volgende grote stap van de mensheid.

En toen kwam het moment dat het achtuurjournaal me wakkerschudde.

Overheden lijken helemaal niet bezig met visionaire ruimteplannen die de hele mensheid ten goede komen. Sterker, áls ze veel geld in ruimtevaart pompen, is het voor wapensystemen of spionagesatellieten. Als er bezuinigd moet worden, blijkt de ruimtevaart een geliefde post om geld te halen. Spaceshuttles verongelukten of gingen met pensioen en nog steeds zijn er geen officiële opvolgers. En áls er eindelijk sprake is van nieuwe plannen, lijken die vaak meer op mediageniek spierballenvertoon dan onderdeel van een serieuze langetermijnvisie.

Veel verder dan het ruimtestation ISS zijn mensen de laatste jaren niet gekomen. De afbeelding hieronder maakt de bedroevende staat van de bemande ruimtevaart zichtbaar. De hoogte van het witte balkje geeft de marge aan waarbinnen het ISS boven de aarde zweeft (eigenlijk: valt). Dat is niet ver. Net zoals de maan, waar ‘we’ 40 jaar geleden al rondsprongen.

Gelukkig zie ik de fantasie en het ‘can do’-optimisme van kinderen terug bij wetenschappers. Die koppelen een kritische houding (“Question everything!”) vaak aan een enorme drang tot ontdekken. Natuurlijk, onderzoeken is nu eenmaal hun werk en sommigen gaan voor faam of promotie, maar er is meer. Bijbelwetenschapper Ellen van Wolde probeert haar drijfveren te verwoorden in de documentaire In den Beginne (YouTube). Met enige moeite maakt ze duidelijk dat ze onbevangen nieuwe dingen wil zien, zowel in haar werk als privé. Haar incomplete zinnen en gezoek naar de juiste woorden zijn veelzeggend. Misschien valt zo’n diepgewortelde drijfveer niet goed in woorden te vangen.

Sommigen zien in wetenschappelijk onderzoek een soort zoektocht naar zin in een geseculariseerde maatschappij. De wereld is ‘onttoverd’ en nu moeten wetenschappelijke ontdekkingen onze behoefte aan ontzag bevredigen. Misschien is dat zo. Maar of het nu om de correcte vertaling van Genesis 1 of het speuren naar de verste sterrenstelsels gaat, zeker is dat veel wetenschappers door dezelfde simpele, maar diepgewortelde nieuwsgierigheid en verwondering worden gedreven.

Natuurlijk doen niet alleen wetenschappers kinderlijk enthousiast aan baanbrekend werk. Ondernemers en technici kunnen er ook wat van. Miljardair Elon Musk is een echte hoogvlieger met zijn onderneming SpaceX. Het bedrijf ontwikkelde draagraketten en koppelde in mei als eerste commerciële partij een onbemand vrachtschip aan het internationale ruimtestation ISS. Toekomstige zakenmensen hebben genoeg om zich op te richten; de asteroïden tussen Mars en Jupiter bijvoorbeeld, die rijk zijn aan zeldzame grondstoffen en metalen. Misschien moet Greenpeace alvast investeren in snelle, wendbare ruimtescheepjes…

Elon Musk leidt Barack Obama rond bij SpaceX

Of je nu een optimist of pessimist bent als het gaat om het vermogen van de aarde om een rap groeiende bevolking te ondersteunen, er is een grote kans dat het leven hier er voor velen niet makkelijker op zal worden. Het is geen slecht idee om een Plan B te hebben; leg nooit al je eieren in één mandje! Willen onze nakomelingen over, zeg, 200 jaar een alternatief willen voor deze geplaagde planeet, dan is het te hopen dat slimme, ambitieuze mensen met een kinderlijke blik naar boven blijven kijken.

Eigenlijk denk ik dat het wel goed komt. Toegegeven, de ruimte is een onnatuurlijke, erg mensonvriendelijke omgeving die we momenteel liever met robots en andere apparaten onderzoeken. Maar is het niet net zo onnatuurlijk voor mensen om te stoppen met het willen zien van nieuwe dingen en het verleggen van grenzen?

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: weten