Life of Pi: kiezen of delen?

De film Life of Pi van Ang Lee veroorzaakte vorig jaar een kleine sensatie in de bioscoop. Dankzij zijn toegankelijkheid en eigen visie sprak de film zowel arthouse- als popcornpubliek aan. Ook bijzonder is dat religieuze tolerantie een belangrijk thema van de film is. En nog op ondubbelzinnige wijze ook! Een bespreking van deze bijzondere film.

Life of Pi vertelt met de nodige humor over de jeugd van Pi Patel in India. Zijn vader bezit een dierentuin, en als hij met zijn gezin én de dieren inscheept om in Canada zijn geluk te beproeven, slaat het noodlot toe. Het schip komt in een storm terecht en vergaat. Pi weet zich als enige ternauwernood te redden. In een reddingssloep krijgt hij gezelschap van een stel dieren, waarvan uiteindelijk alleen een tijger met de naam Richard Parker overblijft. Op elkaar aangewezen maken ze een wonderlijke en aangrijpende reis. Life of Pi zit vol verrassende wendingen, zeker als je het gelijknamige boek van Yann Martel niet gelezen hebt. Visueel is het genieten geblazen, want computeranimatie wordt naar een nieuw niveau getild. Zeker in 3D kom je ogen te kort.

Life of Pi

Keuze
Life of Pi stimuleerde niet alleen mijn visuele hersengedeelten, maar ook de levensbeschouwelijke. Pi heeft als kind grote interesse in christendom, islam en hindoeïsme. Hij verzamelt elementen uit alle drie de religies: het ‘magische’ wereldbeeld van het hindoeïsme, de devotie van de islam en de liefdevolle God waarover Jezus vertelt. Zijn rationeel ingestelde, atheïstische vader vindt het maar niks. Pi moet van hem een keuze maken. ”Je kunt niet drie verschillende religies tegelijkertijd volgen”, zegt hij. “Want in alles tegelijk geloven is hetzelfde als in helemaal niets geloven.”

Romeinen
Het is maar de vraag of Pi in ‘alles’ gelooft, maar zijn kijk op religie is in ieder geval erg inclusief, speels zelfs. In sommige opzichten grijpt het terug op de benadering van religie van vóór het monotheïsme, oftewel het geloof in één god. Historici stellen dat het leven in polytheïstische maatschappijen – met hun ontelbare goden – aanmerkelijk anders was. Religie draaide minder om overtuiging. Bijvoorbeeld in het Romeinse Rijk had religie vooral een sociale, samenbindende functie. Als je je aan een paar basisregels hield, zoals deelname aan rituelen, mocht je geloven in de god van je voorkeur. Deelname was in feite een uiting van respect voor de Romeinse identiteit. Er was geen ‘geestelijke politie’ die de persoonlijke overtuiging van mensen controleerde.

Niet dat de Romeinen nu zo’n vreselijk open-minded volk waren. Dankzij hun superioriteitscomplex keken ze met wantrouwen naar het christendom en andere ‘barbaarse’ religies die leken te botsen met hun eerbiedwaardige oude tradities. Maar feit is dat er binnen het Rijk relatief veel vrijheid van geloofsbeleving was. Jonathan Kirsch noemt die houding in zijn boek God Against the Gods de “oudste religieuze traditie”. Hij stelt dat onze huidige, westerse waarden en idealen veel gemeen hebben met de ‘heidense’ manier van denken. Zo maakt het ook de meeste Nederlanders bar weinig uit waar je in gelooft, zolang je maar gemeenschappelijke waarden als vredelievendheid, culturele diversiteit en religieuze vrijheid onderschrijft (en niet aan de deur komt om ze te bekeren).

Life of Pi

Onverdraagzaamheid
Samen met het monotheïsme deden echter religieus geïnspireerde onverdraagzaamheid en vervolging hun intrede in de wereld, zo betoogt Kirsch in zijn boek. Aan de basis daarvan ligt volgens hem de absolute waarheidsclaim van jodendom, christendom en islam. Die negatieve invloed werkt volgens Kirsch nog steeds sterk door. Hij verwijst daarbij naar de extreme en bloedige vormen van extremisme die de krantenkoppen halen. Ik denk echter dat onze maatschappij doordrenkt is met een subtielere vorm van die exclusieve, ‘uitsluitende’ manier van denken. We zijn geconditioneerd om te denken in tegenstellingen, terwijl dat vaak onnodig en zelfs contraproductief is. Farida Farhadpour, die ik onlangs interviewde tijdens het tweede Zinweb Café, erkent dat ook en wil als auteur en directeur van het Mozeshuis een inclusievere denkwijze promoten.

Een gevolg van duaal denken is mijns inziens dat we anderen levensbeschouwelijke restricties opleggen. Sommige zijn goed te verdedigen – onderdrukkende en gewelddadige vormen van geloof worden terecht ontmoedigd, omdat ze te veel botsen met het ideaal van een pluriforme democratie waarin het geluk en de rechten van het individu voorop staan.

Andere grenzen beknotten mensen zonder goede reden in hun religieuze expressie. Ook in ons vrijgevochten land is er intolerantie tegen alles wat niet in hokjes past. Net als Pi’s vader zeggen veel mensen dat je per se moet kiezen. Tussen ratio en gevoel, bijvoorbeeld, of waar en onwaar, rechts en links beleid, geloof en atheïsme, christendom en boeddhisme, theorie en praktijk, man en vrouw, idealisme en zakelijkheid, en ga zo maar door. Maar waarom eigenlijk? Begrippen worden gepresenteerd alsof ze lijnrecht tegenover elkaar staan of elkaar zelfs uitsluiten, terwijl ze vaak slechts van elkaar verschillen.

Redding
Life of Pi lijkt te zeggen dat kiezen tussen religieuze tradities niet nodig is. Ze beperken niet, maar vormen juist een grote, onuitputtelijke bron van inspiratie. Ze bieden de mogelijkheid om net zoals Pi een geheel eigen wereldbeeld te creëren, waarin je gebeurtenissen een plek kunt geven. Pi’s verslag van zijn fantastische, vreselijke bootreis zit dan ook vol verwijzingen naar de vele gezichten van de goden, zoals die in de verschillende religies zichtbaar zijn: liefdevol, boosaardig, helpend, straffend, scheppend, vernietigend, majestueus en uiteindelijk ondoorgrondelijk. Pi’s inclusieve manier van denken is heilzaam, zo lijkt de film te zeggen, want het betekent op geestelijk gebied zijn redding. Het is maar de vraag of Pi de zware beproeving op zee zo goed zou hebben doorstaan zonder zijn rijke spirituele gevoelsleven.

De film keert zich tegen valse tegenstellingen, maar is – net als het leven – niet vrij van keuzes. “Aan welk verhaal geef jij de voorkeur?”, vraagt Pi namelijk indirect aan de kijker. Kies je voor een ‘objectieve’ waarheid waaraan anderen zich dienen te conformeren? Of accepteer je dat ieder mens, iedere levensloop uniek is en dat er dus zeven miljard waarheden bestaan? Life of Pi is zodoende, naast een meditatie over de plaats van de mens in het universum, een toegankelijk pleidooi voor levensbeschouwelijke tolerantie in een maatschappij die vaak alleen in naam tolerant is.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film