Pedaalridders

Het mooiste aspect van Amsterdam? Wat mij betreft gaat die eer naar het fietsklimaat. Niet dat alles er perfect geregeld is. Op veel plekken blijft fietsen een hachelijk avontuur, ook voor andere verkeersdeelnemers. Vooral in het krappe centrum is dat het geval. Een verstandig fietser neemt in de Damstraat of bij CS wat gas terug, gezien de grote kans dat je daar een toerist aanrijdt. Op de Dam, Haarlemmerdijk en langs de grachten passeren auto’s je íets te rakelings. Soms verdrukken fietsers elkaar, bijvoorbeeld bij de verkeerslichten op het Mr. Visserplein en de Prins Hendrikkade. En overal vormen scooters een natuurlijke vijand van de fietsende homo sapiens. Scooters… Ik zou een aparte website kunnen vullen met tirades!

mijn versie van een raak statement

Maar zou ik, afgezien van de wildgroei aan scooters, willen dat de situatie anders was? Neen! Ik val fietsend in slaap op de vrijliggende fietspaden van buitenwijken, provinciesteden of, dichter bij huis, Amstelveen. Niet dat ik een uitgesproken lefgozer ben op mijn stalen ros, maar het element van risico houdt het zoveelste fietstochtje naar kameraad of café leuk en afwisselend. Zeker je daar de factor snelheid bij optelt – het fietstempo ligt hoog in de hoofdstad. En daaruit komt weer het wedstrijdelement voort. Dat is niet altijd aanwezig, misschien is het zelfs grotendeels denkbeeldig, maar soms bespeur ik een wedloop tussen mij en een andere pedaalridder.

Meestal ben ik degene die anderen inhaalt, iets waar ik zonder goede reden trots op ben. Maar soms passeert iemand me plotsklaps met ontstellende snelheid. “OH NO YOU DIDN’T”, zegt een innerlijke stem dan, maar het is ondoenbaar om deze tegenstrever te achterhalen. Het voelt dan behoorlijk goed als ik degene (meestal man, lang en met versnellingen) even later aantref voor een verkeerslicht en hem bij het op groen springen dankzij een fietskettingverpulverende acceleratie achter me laat. Dat maakt de frustratie des te groter als ik achter me de versnellingen dreigend hoor klikken en hij letterlijk fluitend opnieuw voorbijflitst. Natúúrlijk op een recht stuk; alleen bij groene verkeerslichten en op hellingen maak ik een kans om zo’n onverlaat weer in te halen.

Dan dreigt het moment dat ik tegen m’n grenzen aanloop. Ik ga bijvoorbeeld niet zo ver als zij, die, in hun wens om het peloton achter zich te laten, grote risico’s nemen op te drukke kruispunten. Soms ontbeer ik gewoon de energie om een wedstrijd kilometers lang vol te houden. Ik kom mezelf dan tegen; een pijnlijke ervaring. Niet zelden arriveer ik rusteloos en onnodig bezweet op mijn bestemming. Het is iets wat ik mezelf aandoe. Ik vind geduld toch een groot goed? In de rij voor de kassa van de Appie zet ik de knop toch ook om? Wat bezielt me toch zodra ik het zadel onder me voel en verbeten mijn vuisten om de handvatten sluit?

Medefietsers, één ding is zeker: de weg door Amsterdam ligt bezaaid met strijd, frustraties, angsten en confrontaties met je eigen zwakheden. Slechts weinig tochten verlopen zonnig en zonder tegenwind. Maar dat is wat ons bindt, dat is waar we op dat moment voor leven. Amsterdam is even het oude Rome, de straat is onze arena. Gladiatoren zijn we, uitgescholden toegejuicht door het publiek op de zebrapaden, en met automobilisten die woedend claxonneren ons met bazuingeschal huldigen!

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: vertier