Puur natuur: Séraphine

Als je begin vorige eeuw in Senlis zou wonen, zou Séraphine Louis je niet opvallen. De vijftig jaar oude huishoudster, afkomstig uit de onderklasse, werkt zich elke dag al schrobbend en dweilend uit de naad. Het zijn dan ook haar bezigheden in haar weinige vrije tijd die deze vrouw het onderwerp van de film Séraphine (Martin Provost, 2008) maken. Elk vrij moment dwaalt ze alleen door de natuur rond Senlis en schildert ze vervolgens kleurrijke voorstellingen van bloemen en bomen met zelfgemaakte verf. Er wordt gesuggereerd dat Séraphine een geschiedenis van mentale stoornissen heeft als een vriendin bezorgd vraagt of in haar hoofd “alles beter” is.

Toevallige Primitivist
Het toeval wil dat de bekende Duitse kunstkenner en -handelaar Wilhelm Uhde in 1914 zijn intrek neemt in het pension waar Séraphine werkt. Hij was één van de eersten die de bekende kunstenaars Picasso, Braque en Henri Rousseau omarmde. Omdat Séraphine toevallig schildert in de stijl van de populaire Primitivisten en omdat Wilhelm onder de indruk is van haar talent, neemt hij haar onder zijn hoede. Haar schilderijen, eerst op kleine houten panelen, worden op slag groter, expressiever en zelfverzekerder. Ze eist canvassen van twee meter hoog: “Dat is heel belangrijk!” Dan komt de Eerste Wereldoorlog tussenbeide en vlucht Wilhelm naar Duitsland. Maar Séraphine schildert door…

De film werd overladen met César Awards, een belangrijke Franse filmprijs. Veel van het succes is te danken aan het spel van Yolande Moreau, in eigen land een bekende actrice. Met haar stuntelige tred, wat naïeve gezichtsuitdrukking en de intense manier waarop ze opgaat in het weelderige groen, creëert Moreau een mooie, authentieke hoofdpersoon. De plot en cinematografie zijn wat conventioneler. In sommige stille, ambigue scènes neigt de film naar arthouse, maar de makers lijken ervoor gekozen te hebben een toegankelijke film af te leveren.

Séraphine en Wilhelm

Nonconformisme
Het eindresultaat is een fijngevoelige en zorgvuldige schets van Séraphine en haar werk. Er komen veel thema’s op meestal subtiele wijze aan bod: de definitie en waarde van kunst, armoede, naïviteit en puurheid, en de consequenties van nonconformisme. Sommige mensen sluiten geen compromis tussen maatschappelijke verwachtingen en de persoon die ze zelf willen zijn. Vaak omdat ze zich niet willen conformeren, maar in deze film omdat ze dat gewoonweg niet kúnnen.

Daar heeft de toekijkende en oordelende buitenwacht echter geen boodschap aan. Zo worden Wilhelm en Séraphine vreemd aangekeken als ze zich niet laten meeslepen in de oorlogskoorts van 1914 – in hun wereld is geen plaats voor politiek. Wilhelm wordt dealniettemin voor “Boche” (het toenmalige “mof”) uitgemaakt en zijn kunstcollectie wordt na zijn vlucht gestolen. Ook zien we Wilhelms liefde, schilder Helmut Kolle, zich doodziek naar zijn eigen bed slepen om een mogelijk schandaal te voorkomen.

Bovennatuur
Ook Séraphine komt er niet ongeschonden vanaf. Ze wordt door haar omgeving gepest en uitgelachen om de bizarre manier waarop ze leeft. Uitgeput door haar zware werk en nachtelijke geschilder leeft ze in armoede omdat al haar geld opgaat aan schilderbenodigdheden. De kijker ziet echter dat ze geen keus heeft en haar artistieke impuls móet uiten. Het compenseert haar afstompende dagtaak een beetje en misschien houdt het haar geestelijk gezond. Elke wandeling in het landschap rond Senlis inspireert haar om de natuur te schilderen – en te praten met bomen, dieren en de Heilige Maagd Maria.

Voor Séraphine is er geen verschil tussen natuur en bovennatuur. Ze nam geen schilderles, werd niet geïnspireerd door andere kunstenaars, maar zegt dat de opdracht om te schilderen van engelen komt. Elk schilderij wordt door hen gedicteerd en het enige wat ze als vrome roomse kan doen, is gehoorzamen. Als iemand haar samen met een schilderij op de foto wil zetten, wil ze niet naar de camera kijken: “Ik moet mijn ogen omhoog richten, want mijn inspiratie komt van boven.” Zo combineert Séraphine – met haar hemelse naam – onvoorwaardelijke vroomheid met een behoorlijk tegendraadse levenswandel.

Mentaal instabiel
Als het nu lijkt alsof Séraphine blissfully ignorant en met kinderlijke onschuld door de wereld wandelt, moet ik iets rechtzetten: de film toont dat ze heel goed weet wat ze wil (ten eerste schilderen, ten tweede beroemd en rijk worden) en hoe ze dat kan bereiken. Daarom is het zo tragisch dat haar mentale instabiliteit roet in het eten gooit, net wanneer het geluk haar toelacht. Ze ziet geen verschil tussen beloftes, wensen en de harde realiteit van de crisis van de jaren dertig. Wilhelm beseft dat niet, misschien omdat hij het verwardt met de excentriciteit die hij in de Parijse kunstwereld tegenkomt. Omdat Séraphine tegelijkertijd geen weet heeft van de waarde van geld, zijn problemen onvermijdelijk.

Ik zag dankzij de film in dat er mensen zijn die een fijne lijn bewandelen tussen zelfstandigheid en hulpbehoevendheid. Voor hen kan (gedwongen) hulp of zelfs opname een rampzalige gebeurtenis zijn. Dat betekent niet dat de toon van de film somber is, al is het einde op zijn best bitterzoet te noemen. “Séraphine sterft alleen, zonder vrienden”, zegt de Engelstalige Wikipedia. Maar regisseur Provost eindigt met een shot waarin ze onder een prachtige boom gaat zitten, en omhoog kijkt, en kijkt…

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film