Pyongyang

Wat doe je als je graag tekent en je twee maanden in het bizarste land op aarde werkt? Een visueel reisverslag maken, natuurlijk! Gelukkig was dat ook de gedachtegang van de Canadese animator Guy Delisle. Hij hield gedurende zijn verblijf een dag(schets)boek bij om zijn ervaringen vast te leggen. Het resultaat is het bijzondere Pyongyang: a journey in North Korea, oorspronkelijk verschenen in het Frans.

De eerste druk van deze graphic novel verscheen in 2003, maar sindsdien is er vrij weinig veranderd in het land. Toevallig mogen buitenlanders sinds kort hun mobiele telefoon het land mee in nemen, waar Delisle hem nog bij de douane moest afgeven. Noord-Korea is echter nog steeds een land waar rigiditeit, achterdocht en een continue, door de overheid gevoede oorlogsdreiging heersen. Steeds weer weet het regime het nieuws te halen met bedekte en openlijke dreigementen richting de Zuid-Koreaanse regering en aartsvijanden de VS en Japan.

guy_delisle_-_pyongyang-1

Het Franse animatiebedrijf waar Delisle voor werkte, laat (of liet) tekenfilms deels door Noord-Koreanen intekenen. Een vorm van outsourcing, en in dit geval misschien ontwikkelingssamenwerking. Die assistenten hebben begeleiding nodig – de taak van Delisle. Hij kreeg tijdens zijn verblijf twee tolken en een gids toegewezen, die tegelijkertijd gastheren en bewakers blijken. Samen met hen bezocht hij vele musea vol propaganda en andere, zorgvuldig uitgekozen bezienswaardigheden in het stalinistische land. Hoewel zijn bewegingsvrijheid beperkt was, kreeg Delisle zo de kans om met oog voor detail en zwarte humor een beeld van dit krankzinnige land te geven.

Een paar van Delisles observaties: de enige muziek die hij hoort zijn ofwel mierzoete liefdesliedjes, ofwel patriottische marsen. Op een pleintje in de stad staat een schiettent waar je op karikaturen van Amerikansen en Japanners kunt knallen. Het hotel waar hij verblijft is één van de weinige plekken in het land waar buitenlanders verblijven; alleen de vijftiende verdieping is in gebruik. Hoewel de straten van Pyongyang drukker waren dan Delisle verwachtte, zijn de snelwegen zo verlaten dat zijn begeleiders er even halt kunnen houden om van bestuurder te wisselen.

Moe van alle bemoeienis weet Delisle tijdens een trip in de natuur even te ontsnappen aan zijn entourage. In een pittoreske vallei wordt hij alsnog met een slogan geconfronteerd, met enorme letters in een bergwand gebeiteld: ‘De naam van Kim il-Sung staat gegraveerd in de harten van zijn volk’. Er valt nergens aan de invloed van het regime te ontkomen.

guy_delisle_-_pyongyang-2

Ik heb al veel gelezen over Noord-Korea, ook uit de eerste, officiële hand, maar het blijft een compleet andere planeet. De vraag die me, net als Delisle, het meest bezighoudt: geloven de inwoners nu echt alle propaganda die hen door de strot wordt geduwd? Nog steeds weet ik het niet. Ook Delisle moet ons het antwoord schuldig blijven. Zijn begeleiders lijken soms beter te weten. Zoals wanneer Delisle een man bovenin een boom tegenover zijn hotel ontwaart die daar naarstig vruchten plukt. Hij wijst zijn tolk erop, die nerveus stamelt: “Fruit season, ha ha, very good …” Want gebrek aan voedsel is er in het glorieuze land natuurlijk niet. Maar mensen zijn gemiddeld genomen niet dom, en dat doet je afvragen wat er onder het oppervlak allemaal borrelt en sluimert, ondanks de ongelooflijke repressie.

guy_delisle_-_pyongyang-3

Delisles toon is licht, zijn tekenstijl pretentieloos, de situaties regelmatig grappig (ik moest hardop lachen om deze), maar er is een ondertoon van paranoia en medelijden. Achter de schone schijn gaat immers een grote tragedie schuil. Hele families verdwijnen in strafkampen na kritiek op de staat, mede dankzij de vele burgerinformanten die het land rijk is.

Een treffende passage is die waarin Delisle een Noord-Koreaanse werknemer van de animatiestudio tegenkomt in het trappenhuis, terwijl de rest van het personeel de nieuwste propagandafilm van het leger kijkt. Verbaasd vraagt hij de man waarom hij niet bij de vertoning is. “Ik hou niet van de films die hier gemaakt worden. Ze zijn saai”, antwoordt de collega. Delisle realiseert zich later: “Dat was het meest subversieve dat ik een Noord-Koreaan gedurende mijn gehele verblijf heb horen zeggen. En gegeven de context treft het me als ongelooflijk dapper.”

De recente oproep van Google-CEO Eric Schmidt aan het regime om het Noord-Koreaanse volk toegang tot internet te geven, klinkt in dit licht nogal naïef. Het was dan ook vast een politieke uitspraak in plaats van een serieuze aanbeveling. Het effect van vrij internet op een bevolking en economie die al decennia geïsoleerd zijn, is volstrekt onvoorspelbaar. Geen Noord-Koreaanse leider die het ook maar zou overwegen. Want stel je voor dat burgers erachter komen dat niet álle westerlingen bloeddorstige monsters zijn, dat het kapitalisme zo zijn voordelen kent en dat het zorgzame beleid van de overheid veel wegheeft van doodknuffelen.

guy_delisle_-_pyongyang-4

Guy Delisle heeft ook reisverslagen gemaakt over Myanmar, Shenzhen (China) en Jeruzalem.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: boek