Scènes maken de film #1

Heb je dat ook, dat sommige filmscènes zich moeiteloos in je geheugen nestelen? Niet vanwege hun explosieve actie of special effects, maar dankzij hun diepere lading? Hier bespreek ik twee bijzondere scènes uit twee heel verschillende films die desondanks overeenkomsten hebben: ze kwamen beide uit in de jaren zestig, hebben een journalist als hoofdpersoon, stellen belangrijke vragen én hebben een vergelijkbaar laatste shot: Medium cool en La dolce vita.

De Black Panther-scène van Medium cool (1969)

Bovenaan mijn lijst van ‘coole’ films staat dit gedurfde werk van Haskell Wexler, een veelgelauwerde cameraman in Hollywood die af en toe regisseert. Het is een speelfilm die gebruik maakt van de cinéma vérité-technieken van documentaires. De cynische camerajournalist John Cassellis (Robert Forster) jaagt graag op sensatienieuws zonder zich druk te maken over morele kwesties. Totdat hij erachter komt dat zijn zender structureel beeldmateriaal doorspeelt aan justitie.

De film snijdt allerlei issues aan: politiegeweld, racisme, armoede en de rol van de media. Hij is deels gefilmd gedurende de anti-Vietnamoorlogprotesten rond de Nationale Democratische Conventie in 1968. Wexler begaf zich tussen de demonstranten en dat leverde heftige beelden op. Ook zocht de regisseur contact met Black Panthers – zwarte, linkse, soms militante activisten – voor input over raciale spanningen. In de volgende scène bezoeken Cassellis en zijn collega een zwarte taxichauffeur die 10.000 dollar in zijn auto vond en die keurig inleverde, maar alsnog door wantrouwende agenten werd lastiggevallen. De twee journalisten denken wel even een pakkend human interest-item te regelen, maar dat valt vies tegen:

Mooi, die combinatie van plagerige intimidatie en bevlogenheid waarmee de journalisten worden ontvangen. De twee zijn duidelijk uit hun element – ze hebben door hun eenzijdige berichtgeving geen krediet opgebouwd bij de zwarte gemeenschap. Geen wonder dat die zich niet laat lenen voor een weinigzeggend item. Als je op het eind hoort wat de aanwezigen wél kwijt willen, weet je dat die rauwe boodschap nooit op tv zal worden uitgezonden. Zeker niet in het turbulente jaar 1968, waarin Robert Kennedy werd omgebracht, de moord op Martin Luther King leidde tot rassenrellen en het nieuws bol stond van heftige protesten.

Uit de weinige relevante info die ik op het web kan vinden – mogelijk afkomstig van de commentaartrack van de zeldzame dvd* – maak ik op dat er Black Panthers bij bovenstaande scène betrokken waren, als scriptschrijvers of zelfs als acteurs. Wexler en zijn crew waren naar verluidt een beetje zenuwachtig tijdens de opnames omdat er zulke gevoelige onderwerpen ter sprake kwamen. Een van de vele sterke staaltjes van lef in een film die de sfeer van nationale onrust goed weet over te brengen. De laatste scène plaatst ons in de rol van passieve toeschouwer en, als Wexler de camera op ons richt en we een verontrustende radioreportage horen, potentieel slachtoffer. “The whole world is watching!”

* 6-’13: Criterion heeft de film inmiddels op dvd en blu-ray uitgebracht.

De slotscène van La dolce vita (1960)

Maar weinig mensen hebben niet van deze film van Federico Fellini gehoord. Deze beroemde klassieker is een hele zit, met z’n speelduur van drie uur en nauwelijks waarneembare spanningsboog. Veel scènes duren lang en zitten vol met druk door elkaar heen pratende Italianen (en geloof me: die kunnen práten!). Niet zo vreemd, want de film speelt zich af te midden van de immer feestende jetset van Rome. Eind jaren vijftig was Italië opgekrabbeld uit de armoede van vlak na de Tweede Wereldoorlog en de nieuwe beau monde nam het er goed van.

Roddeljournalist Marcello (gespeeld door Marcello Mastroianni) probeert in die wereld op te gaan tijdens zijn wanhopige zoektocht naar liefde en geluk. De manier waarop hij een beroemde actrice achtervolgt en in zijn cabrio van feest naar minnares naar feest scheurt, spreekt boekdelen. Na weer een doorgehaalde nacht vol lichtzinnigheden ziet hij samen met het feestende gezelschap hoe vissers een ‘monster’ op het strand slepen. Dan hoort Marcello iemand roepen:

Het is Paola, een jonge serveerster die Marcello eerder tegenkwam, een toonbeeld van onschuld en puurheid. Ze gebaart naar hem, roept weer, maar de branding overstemt haar. Hij begrijpt niet wat ze bedoelt en heft zijn handen verontschuldigend op. Was hij eerst onvermoeibaar, nu ziet hij er uitgeput uit. Ondertussen zijn de feestgangers alweer uitgekeken op het monster en op weg naar de volgende tijdelijke afleiding. Gewillig laat Marcello zich weer door hen meeslepen. Zijn eerdere verontschuldigende gebaar krijgt opeens een andere betekenis: Sorry, ik kán het niet, ik durf het niet.

Met zijn film leverde Fellini kritiek op de leegheid van de decadente levensstijl van de rijke Romeinen. Tegelijkertijd maakte de regisseur zelf deel uit van de jetset – niet voor niets wordt Mastroianni gezien als Fellini’s alter ego op het witte doek. Zelfkritiek? In ieder geval spreekt Fellini ons net als Haskell Wexler heel direct aan als Paola zich naar ons toe draait en recht in onze ziel kijkt. Zijn wij wél eerlijk tegen onszelf?

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film