The birth of Satan

De duivel heeft zijn cartooneske horens, rode huid en bokkenpoten te danken aan het uiterlijk van de Griekse god Pan en de Kanaänitische demon Habayu. Dat is maar één van de vele interessante feiten uit The birth of Satan: Tracing the Devil’s biblical roots. Aan de hand van de Bijbel en andere bronnen beschrijven auteurs Gregory Mobley en T.J. Wray de historische ontwikkeling van Satan.

De auteurs zijn christen, vertellen ze in het voorwoord. Mobley is een protestantse docent Oude Testament aan Andover Newton Theological School. De rooms-katholiek Wray doceert Religiestudies aan de Salve Regina University. Hun boek windt er geen doekjes om: de boosaardige tegenstrever van God is gedestilleerd uit karakters uit Egyptische, Kanaänitische, Mesopotamische en Perzische religies en mythen. Vervolgens waren ingrijpende omstandigheden over een periode van vele eeuwen een katalysator voor Satans populariteit onder Joden en christenen. In hun beknopte boek plaatsen de schrijvers vele tientallen bijbelse passages over de duivel en zijn voorlopers in context, waardoor er een goed overzicht ontstaat van de opkomst van deze bovennatuurlijke figuur.

Satan vóór de ballingschap
Globaal zijn de boeken van het Oude Testament in te delen in twee perioden: pre- en post-ballingschap. De ballingschap was de traumatische deportatie van de Joodse elite naar Babylon in de zesde eeuw voor onze jaartelling. In de pre-ballingschapsperiode bestond de duivel zoals we hem nu kennen nog niet. Yahweh was zowel de leverancier van goed als van kwaad. Elders worden in het OT menselijke tegenstanders van Yahweh met de term satan of hassatan aangeduid, wat dan zoveel betekent als ‘tegenstander’.

Verder staat het eerste deel van de Bijbel vol met verwijzingen naar door Yahweh aangestuurde wezens met lugubere taken (de Verderver, de Engel des Doods) en andere moordlustige en angstwekkende types (de slang, Molech, Leviathan), producten van regionale mythologie en folklore. Deze beelden zouden later bijdragen aan het beeld van Satan.

Satan na de ballingschap
Het gedwongen verblijf in Babylon had een grote impact op religieus gebied, stellen de auteurs van The Birth of Satan. De Joden maakten daar namelijk kennis met het religieuze dualisme van de populaire religie zoroastrisme: de wereld is verwikkeld in een constante strijd tussen goed (in de persoon van Ahura Mazda, de wijze heer) en kwaad (Ahriman, de boze geest). Deze theologie verschafte een uitweg uit de impasse waar het jodendom zich als speelbal van diverse tirannen in bevond. Absoluut dieptepunt en de spreekwoordelijke druppel was de ballingschap.

Waarom deed Yahweh zijn geliefde volk dit allemaal aan? Van het oude verbond tussen de Joden en hun god leek niet veel meer over te zijn. Misschien waren er andere, duistere krachten aan het werk? Satan wordt een soort bliksemafleider, een zondebok voor al het onheil dat het Joodse volk overkomt. Yahweh wordt zo in feite gespaard. Een verklaring voor de theodicee (de vraag waarom het kwaad bestaat terwijl God volmaakt goed en almachtig is) was geboren. Eerder gebeurde dat volgens de auteurs al in mindere mate door hemelse tuchtigingen aan de zogeheten ‘Hand van God’ toe te schrijven in plaats van aan God zelf.

De boeken die tijdens en na de ballingschap werden geschreven, zoals Job, Zacharia en 1 Kronieken, bevatten zodoende voor het eerst een herkenbaar, bovennatuurlijk personage met de rol van aanklager en uitdeler van beproevingen. Daarvóór stond het woord satan zoals gezegd slechts voor de rol van tegenstander of obstakel. In Job is de duivel een gehoorzame dienaar aan het hemelse hof die een bak ellende over de arme Job uitstort, precies zoals hem door God wordt opgedragen. In de na de ballingschap welig tierende apocalyptische literatuur (o.a. de boeken Daniël, Jubileeën en Enoch) krijgt Satan een nog grotere en machtigere rol als rebel met eigen snode plannen.

cover van The Birth of Satan: Tracing the Devil's biblical roots

Satan in het Nieuwe Testament
The birth of Satan laat zien dat Satan pas in het Nieuwe Testament wordt wie hij nu is. In de vier evangeliën, geschreven in een politiek en religieus turbulente tijd, is hij de aartsvijand van Jezus. De twee zijn samen met hun hulptroepen – engelen en demonen – verwikkeld in een felle strijd om op aarde een geestelijk koninkrijk te stichten. De grote invloed van apocalyptische literatuur is duidelijk.

Apostel Paulus gaat verderop in het Nieuwe Testament in zijn brieven niet zozeer in op Satans rol als kosmische tegenstrever van God, maar stelt hem liever gelijk aan de wereld buiten de kerk, en dan in het bijzonder aan zijn Joodse criticasters en rivaliserende religieuze leiders. Deze teksten zouden later gebruikt worden als rechtvaardiging voor Jodenvervolgingen, net als het “U bent kinderen van de duivel” van Jezus tegen een groep Farizeeërs in het Evangelie van Johannes. Als Paulus eens wist dat enkele van de tientallen of honderden brieven die hij schreef 2000 jaar lang als heilige teksten gekoesterd zouden worden, had hij dingen misschien iets anders verwoord…

In het buitenissige, apocalyptische boek Openbaringen (“If written today, we would deem it a horror story or dark fantasy”, p.137) is Satan pas echt op de top van zijn boosaardige kunnen. Hij is nu de “Titan of Evil”, zoals Wray en Mobley hem herhaaldelijk noemen. Als aanvoerder van een leger van demonen trekt hij ten strijde tegen de hemelse machten. Het is strijd en bloed en vuur en mythische chaosmonsters wat de klok slaat. Dit alles culmineert in een eindstrijd waarin de duivel wordt verslagen en het goede overwint. Het is goed te zien dat dit bijbelboek (deels) geschreven werd tijdens een periode van vervolging door, en intense haat jegens het Romeinse Rijk. Het vormt fascinerend leesvoer tijdens saaie kerkdiensten, kan ik je vertellen.

13e-eeuwse afbeelding van de duivel in de Codex Gigas

Niet spraakmakend genoeg
Het nawoord van The birth of Satan is verrassend tam na al het gepresenteerde historische materiaal. Wray en Mobley erkennen dat hun onderzoek vragen oproept over het bestaan van Satan. Meer dan God en de engelen maakte Satan onder invloed van maatschappelijke veranderingen een ingrijpende ontwikkeling door, waarbij hij steeds meer macht en een grotere rol kreeg toebedeeld. Een behoorlijk sterke aanwijzing dat de duivel een puur menselijke creatie is.

Maar in plaats van de lezer na te laten denken over de ingrijpende consequenties daarvan, stellen ze dat Satan een nuttige functie heeft als symbool van het kwaad: de kosmische strijdmythe kan mensen inspireren in hun gevecht tegen onrecht en andere ellende. “Satan is echt in de zin dat het kwaad echt is”, aldus de auteurs. Het uit de theologie schrappen van de duivel brengt volgens hen het risico met zich mee dat we de boodschap missen die de bijbelse schrijvers wilden overbrengen: “Ze probeerden het kwaad niet weg te redeneren, want het kwaad was toen, net zoals nu, een niet te ontkennen realiteit.”

Hier begaan de schrijvers naar mijn mening een misser. Ze noemen wel het nobele gebruik van het concept Satan, maar negeren de negatieve kanten totaal. Het label ‘satanisch’ leidt in de praktijk namelijk veel vaker tot het gemakzuchtig wegzetten of zelfs demoniseren van mensen en afwijkende ideeën. Zoals de atheïstische filosoof Herman Philipse in een interview zei: “Gelovigen hebben de neiging mij slechter voor te stellen dan ik ben. Dat zit trouwens diep in het christendom: mensen met wie je het niet eens bent, dat zijn vijanden, duivels. Met horentjes en zo.” Wray en Mobley zijn als christelijke historische onderzoekers de aangewezen personen om dat aan de kaak te stellen. Hoe dan ook, in elk ander vakgebied zouden na een analyse als de hunne pittigere vragen zijn gesteld in het slotwoord. Ze zouden in ieder geval niet uit de lucht komen vallen en het boek een stuk spraakmakender maken.

Imperfecte aanrader
Ook zonder een wat kritischer bijdrage van de auteurs geeft The birth of Satan stof tot nadenken. Minpunt van het boek is dat de structuur wat rommelig is. De (chronologische) lijn is daarom bij vlagen lastig te volgen. Verder is er veel onnodige herhaling en zijn er – vast in een poging hip te zijn – verwijzingen opgenomen naar de matige reli-fantasyfilm Constantine. Dat terwijl 200 pagina’s al niet genoeg ruimte lijken te bieden om het onderwerp te behandelen.

Sommige belangrijke claims in het boek worden niet uitgebreid genoeg onderbouwd, bijvoorbeeld dat Satan ten tonele verscheen door de Joodse behoefte aan een bevredigende theodicee. Gelukkig zijn er goede voetnoten en een handige bibliografie en wordt elk hoofdstuk afgesloten met een samenvatting. Zo kan dit summiere en wat fragmentarische boek toch als naslagwerk dienen. The birth of Satan is een aanrader voor gelovigen én ongelovigen die geïnteresseerd zijn in het ontstaan van de ‘Titan of Evil’, de ultieme boeman in onze denkwereld.

(recensie uit 2008, geüpdatet in 2012)

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: boek