The first crusade: a new history

Wat een avontuur! Die gedachte overheerste toen ik het boek The first crusade: a new history van Thomas Asbridge dichtsloeg. De eerste kruistocht was een deprimerend, zinloos en regelmatig erg bloederig avontuur, maar niettemin een avontuur. De schaal was ontzagwekkend. Zo’n zestig- tot honderdduizend vrome Europeanen trokken in 1096 richting Jeruzalem, de heiligste plek op aarde, om de stad ‘bevrijden’ uit handen van de moslims. Onder hen bevonden zich enkele duizenden ridders en nobelen. Auteur Thomas Asbridge (wiens boek ook in het Nederlands vertaald is) legt in onderhoudend proza uit dat zij vooral uit zelfzuchtige vroomheid de onzekere reis ondernamen.

De nobelen leidden namelijk een oorlogszuchtig bestaan in Europa, omdat ze bijna continu vochten in dienst van adellijke heren, bijvoorbeeld om invloed te verkrijgen en verdedigen. Dat leven vol strijd stond op gespannen voet met wat Jezus in de Bijbel leerde over naastenliefde en het toekeren van de andere wang. In een maatschappij waarin zonde en hun consequenties voor het hiernamaals desondanks een grote rol speelden, zorgde dat voor een gewetensconflicten. Toen paus Urbanus II uit zowel religieuze als politieke motieven voorstelde om het Heilige Land te ontzetten, bood hij de ridders een manier om een plek in de hemel te verwerven door te doen wat ze het beste konden: knokken. Bovendien bestond de kans dat er onderweg nog wat kostbaarheden te plunderen vielen. Win-win, dus.

The First Crusade van Thomas Asbridge

Voorbereiding
Het vertrek richting Nabije Oosten ging met veel koortsachtige activiteit en nervositeit gepaard. Zelfs nobelen reisden in de tijd hoogstens 100 kilometer van hun woonplaats; de Heilige Stad lag meer dan 3000 kilometer ver weg. Zo’n tocht was onder meer dankzij de benodigde entourage en voorraden een investering van jewelste. Om geld te genereren, verkochten de rijke kruisvaarders en masse landgoederen en andere bezittingen, wat voor een korte inflatie zorgde in Europa.

De Kerk voer er wel bij, want veel onenigheden over land of financiën werden ten gunste van de geestelijkheid opgelost. Zo vertrok men met een rein geweten en de zegen van de Kerk. Van de vele duizenden kruisvaarders was het overgrote deel echter arm gepeupel. Ze waren door toespraken van volkspredikers en het voorbeeld van de ridders opgezweept en voegden zich met met weinig tot geen middelen bij het leger. Zij waren aangewezen op foerageer- en plundertochten door de gebieden waar ze doorheen trokken.

Constantinopel: eerste mijlpaal
Vijf prinsen, met klinkende namen als Bohemond I van Taranto en Tancred van Hauteville, gaven leiding aan de expeditie. Ze leidden hun legers door Oost-Europa en Griekenland, tot ze bij de muren van het majestueuze Constantinopel (het huidige Istanboel), hoofdstad van het illustere Byzantijnse Rijk, weer samenkwamen. Ze keken er hun ogen uit; de indrukwekkend gefortificeerde stad was tien keer groter dan de grootste Europese stad van die tijd. Aanvankelijk blij met de westerse hulp, schrok de Byzantijnse keizer Alexios I Komnenos zich een hoedje van die gigantische en steeds groeiende mensenmassa. Snel hielp hij ze de Bosporus oversteken: weg is weg.

In het huidige Turkije, Libanon en Israël volgde een reeks belegeringen, veroveringen, veldslagen en (soms nipte) overwinningen. De belangrijke steden Nicea en Antiochië werden op weg naar Jeruzalem ingenomen; vooral in Antiochië vloeide het bloed rijkelijk. De kruisvaarders kregen zo’n angstwekkende reputatie dat ze vijandige steden en forten op hun route leeg aantroffen.

Vroomheid?
The first crusade
leest vaak als een avonturenverhaal met een flinke dosis onbedoelde zwarte humor. Zo kreeg de zonderlinge spirituele leider Peter de Kluizenaar een visioen dat de Heilige Lans, het wapen waarmee Jezus aan het kruis werd doorboort, in Antiochië begraven lag. Er werd onder een kerk inderdaad iets gevonden wat op de reliek leek en de religieuze koorts bereikte, tezamen met Peters populariteit, grote hoogten. Ironisch genoeg kwam hij later aan z’n eind toen hij een vuurproef overleefde en door een maniakale menigte werd besprongen en gelyncht (een reliek van een heilige is immers een mooi souvenir!).

Ook de psychologische oorlogsvoering tijdens belegeringen was opmerkelijk: moslims fabriceerden christelijke kruizen, zetten ze op de stadsmuur en plasten er provocerend tegenaan. Of ze hingen de plaatselijke christelijke leider op z’n kop aan de muur, om vervolgens zijn voetzolen te geselen. De kruisvaarders lieten zich niet onbetuigd en probeerden een krijgsgevangene met een katapult levend Jeruzalem in te lanceren; helaas was hij te zwaar en kwam hij een stukje voor de muur neer…

routes van de eerste kruistocht

Honger en verdeeldheid
De bevoorrading van tienduizenden mensen, paarden en lastdieren was gedurende de kruistocht een groot probleem. Omdat de aanvoerlijnen vanuit Constantinopel erg lang werden en uiteindelijk opdroogden, lagen honger en dorst constant op de loer. Europese schepen voerden slechts onregelmatig nieuwe voorraden aan via veroverde havenplaatsen. Een ander gevaar was de rivaliteit tussen de prinsen. Het in bezit nemen van land stond net zo hoog op hun verlanglijstje als het bevrijden van de Heilige Stad. Dankzij hebzucht en machtswellust werden hun onenigheden steeds grimmiger; intern bloedvergieten werd slechts met moeite voorkomen. De breuk die volgde, werd de kruistocht tegen het einde bijna fataal.

Dankzij een combinatie van zwakke (want verdeelde) tegenstanders, puur geluk, religieuze devotie, bloeddorstigheid en militair vernuft werd de immense onderneming toch een succes. Huilend van geluk hieven de kruisvaarders een loflied aan in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, maar niet voordat ze een vreselijke slachting aanrichtten onder de islamitische en joodse inwoners. Wrang feit was dat toen de kruisvaarders het gezag over Jeruzalem overnamen, de oosters-christelijke groeperingen – waaronder Kopten, Jacobieten en Nestorianen – ontdekten dat ze onder het moslimbewind een beter leven hadden: zij werden uit de Heilig Grafkerk verbannen.

de kruistocht vormde inspiratie voor veel kunstenaars

Bronnen
Wat opvalt tijdens het lezen is dat erkend kruistochten-expert Thomas Asbridge precies weet wat te melden en wat weg te laten; nergens wordt de 339 pagina’s tellende beschrijving te oppervlakking of juist te gedetailleerd. Wie weet komt het door zijn ervaring als docent Geschiedenis van de Vroege Middeleeuwen aan Queen Mary, University of London. Asbridge geeft eerlijk aan hoeveel waarde er aan geciteerde bronnen moet worden gehecht – sommige kroniekenschrijvers verhaalden uit loyaliteit of vroomheid erg gekleurd over de onderneming. Betrouwbare en evenwichtige geschiedschrijving was in die tijd sowieso ver te zoeken. Over de prinsen en ridders werd bijvoorbeeld veel geschreven, maar over de belevenissen van het ‘gepeupel’ is jammer genoeg weinig bekend.

Vreemdelingenhaat
De ondertitel van The first crusade luidt heel marketingvriendelijk: The roots of conflict between Christianity and Islam. Hoewel dat in deze post-9/11-tijd uitnodigt tot boude uitspraken, blijft Asbridge nuchter. Hij legt uit dat er geen directe aanleiding was voor de eerste kruistocht. De islamitische dreiging bestond al decennia, eeuwen zelfs, zonder dat Rome er iets aan deed. De beslissing om de onderneming op touw te zetten kwam dan ook voor een groot deel voort uit een wens om de macht van Rome richting Byzantijnse Rijk en Nabije Oosten uit te breiden. Hoewel de moslims lang niet allemaal lieve jongens waren, schilderde paus Urbanus II hen ten onrechte af als brute heidenen die aan de lopende band christenen over de kling joegen.

Vreemdelingenhaat speelde zeker een rol tijdens de voorbereidingen en tocht zelf (het was geen toeval dat de kruisvaarders aan het begin van hun reis deelnamen aan ernstige jodenvervolgingen in Europa), maar eenmaal in vijandelijk gebied werd er onderhandeld en zelfs samengewerkt met regionale islamitische heersers, ook lang na de kruistocht. Pas toen de herinnering van de kruistocht in de 12e eeuw door zowel westerse als oosterse leiders werd aangegrepen om vreemdelingenhaat te bevorderen en expansiedrift te legitimeren, werd de kloof tussen christendom en islam pas echt onherstelbaar groot, besluit Asbridge zijn boek.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: boek