The Room: perfect slecht

Onlangs nam ik plaats in het heerlijk muf ruikende filmzaaltje van Cinema OT301 om daar twee “Best Worst Movies” te kijken. De eerste hondsberoerde film van de avond was The Room (2003) van Tommy Wiseau. Het verhaal: manipulatieve trut Lisa (Juliette Danielle) gaat trouwen met goedzak Johnny (Tommy Wiseau) maar gaat ondertussen vreemd met sullige mooiboy Mark (Greg Sestero). Uiteindelijk komt Johnny erachter, volgt er een halfslachtige confrontatie met Mark en tenslotte een bloederige finale.

De sfeer in de zaal zat er gelijk goed in, mede dankzij de cultfilmfreaks op de achterste rij die complete teksten meebrulden en de voorste rijen met plastic bestek bestookten – enkele van de vele gebruiken rondom deze film. Zij waren er duidelijk van overtuigd dat dit de slechtste film van het vorige decennium is. Al snel was ik het met ze eens.

Regisseur on steroids
Na slechts een paar minuten is duidelijk dat iedereen in de film op hetzelfde niveau acteert. Welk niveau? Nou, de Russen hebben ooit op het schiereiland Kola met speciale boren een recorddiepte van 12 kilometer bereikt. Dat niveau, zeg maar. Tommy Wiseau spant de kroon. Hij is de regisseur, schrijver, producent, uitvoerend producent én hoofdrolspeler van The Room. Hij ziet eruit als een afgeleefde rocker on steroids en spreekt met een moddervet Frans en/of Oost-Europees accent.

Het is mogelijk dat Wiseau gezien de titel oorspronkelijk verfijnd kamertoneel in gedachten had, maar hij lijkt vooral inspiratie te putten uit het type tv-entertainment voor volwassenen dat erg laat op de avond wordt uitgezonden. The Room telt maar liefst vijf of zes (ben de tel kwijt) brave edoch weerzinwekkende seksscènes, waarvan twee al in het eerste kwartier. Daarbij worden kitscherige shots door natgeregende ramen en doorzichtige gordijnen niet geschuwd. Zelfs de obligate rij brandende kaarsen op de achtergrond ontbreekt niet. Tot overmaat van ramp wilde ijdele Tommy dat zijn vreemd-gerimpelde bips vol in beeld werd gebracht, vaker en langer dan nodig is. Arme cameraman, maar vooral: arm publiek.

Malle teksten en mysteries
Lisa, de troela om wie het allemaal draait, kan niet van Mark afblijven, die ondanks zijn terugkerende “But Johnny is my best friend!” toch altijd weer met haar tussen de lakens belandt. Maar het is duidelijk bij wie hij de schuld legt: “Oh man, I just can’t figure women out. Sometimes they’re just too smart. Sometimes they’re just flat-out stupid. Other times they’re just evil.” Vrouwonvriendelijk of niet, de absurde karakters en malle teksten overstemmen elke mogelijke diepere boodschap. Meerdere crewleden gaven er gedurende de opnames de brui aan vanwege ‘creatieve meningsverschillen’.

Misschien dat The Room mede daarom vol kleine en grote mysteries zit. Niet-geïntroduceerde karakters en locaties lieten me in complete verwarring achter. Is iedereen buren, huisgenoten of gewoon vrienden van elkaar? Waarom hangen er ingelijste afbeeldingen van bestek in de kamer? Waarom worden lastige gesprekken continu afgekapt met “don’t worry about it” en “whatever”? Verandert Tommy in het echt ook van onderwerp met een onbehoorlijke vraag? Waarom heeft de hele film een vroege jaren ’90-vibe? Wie financierde deze film? Waarom is hij überhaupt gemaakt? En wáár komt dat accent van Tommy nu eigenlijk vandaan?!

Waardig cultsucces
Zo veel vragen, zo weinig antwoorden. Maar wat heb ik gelachen! Het was leuk om eens dit type filmvertoning bij te wonen, dat vooral in de Engelstalige wereld populair is. De cultstatus van The Room is alive and kicking: de Facebookpagina heeft meer dan 70.000 fans. De cast komt nog steeds opdraven voor interviews, vertoningen en herhalingen op het toneel. Nogal meelijwekkend allemaal, maar slechts weinig films van deze kwaliteit blijven geld in het laatje brengen.

The Room is dan ook een gelukstreffer – zulk onvermogen valt niet in scène te zetten. Alle elementen komen als bij een wonder bij elkaar: een suf plot, onzinnige scènes en karakters, hilarische teksten en acteer’kwaliteiten’ die zelfs tijdens een proefles van een kindertoneelvereniging nog tot gefronste wenkbrauwen zouden leiden. Dat alles is echter doortrokken van een frisse onschuld die de boel verrassend kijkbaar houdt. De cultfilm Manos: The Hands of Fate (1966) is bijvoorbeeld slechter, maar ook tergend langzaam, gedateerd en onnoemelijk saai. The Room is beter toegesneden op de huidige bioscoopgeneratie; de lachsalvo’s in de zaal waren daar het bewijs van.

Meesterwerk
Troll 2
, de tweede ‘beste slechte’ film op het programma in OT301, was in vergelijking helaas wat tam. De zaal werd muisstil en mijn metgezel en ik vertrokken al na een kwartier. De organisatie deed er goed aan om The Room eerst te vertonen; dit slechte meesterwerk verdient een groot en vooral luidruchtig publiek! Oordeel zelf aan de hand van een verzameling scènes (pas op: steroïdenbillen op 2:11). En als bewijs hoe ver de liefde voor The Room kan gaan, maakte een fan een complete flashgame rondom de film.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film