Tokyo story & The taste of tea

Tokyo Story (Tokyo Monogatari, Yasujiro Ozu, 1953) en The Taste of Tea (Cha no Aji, Katsuhito Ishii, 2004) gaan beide over een Japanse familie. De nadruk van de eerste film ligt op de verhouding tussen de generaties. Tijdens een warme zomer bezoeken opa en oma Hirayami hun volwassen zoon Koichi en dochter Shige in de grote stad. Al snel wordt duidelijk dat hun kinderen eigenlijk geen tijd voor ze hebben; ze zijn te druk met hun werk en andere beslommeringen. Tenminste, dat vinden ze zelf. Toch voelen Shige en Koichi zich verplicht hun ouders te vermaken, dus krijgen die een (nogal gare) vakantie aan de kust cadeau. Als het oudere stel weer thuis is, wordt oma ernstig ziek. De hoogste tijd voor bezinning, of is het te laat? U mag drie keer raden.

De befaamde regisseur Ozu staat bekend om zijn evenwichtige shots, gefilmd met een statische camera, en een zorgvuldige opbouw van zijn films. Je hebt zeeën van tijd om na te denken over wat er zich afspeelt. Zonder dat je je verveelt, want er is geen enkele overbodige scène. Alles wat je ziet, vertelt iets over de familieleden. Ik werd compleet meegesleurd door het simpele, maar doeltreffende verhaal. Dood, leven, schuld, berusting, egoïsme, zelfopoffering… allerlei belangrijke thema’s passeren de revue. Zonder terug te vallen op goedkope sentimentaliteit, weet Tokyo Story de kijker diep te raken. Tegen het einde lukte het me niet mijn ogen droog te houden; de film won het van mijn ijskoude mannenhart. Familiebanden werden nog nooit zo treffend in beeld gebracht.

Tokyo Story: uniek drama

De toon van The Taste of Tea is een stuk luchtiger. Ook is er in deze dromerige en gevoelige rolprent minder sprake van een duidelijk plot. We volgen zes verschillende leden van een familie op het Japanse platteland. Enkele daarvan worstelen met soms triviaal lijkende problemen. Ik vond vooral de verhaallijn over de dromerige jonge dochter Sachiko en haar nogal vreemde opa Tatsuya intrigerend. Sachiko wordt overal achtervolgd door een enorme replica van haarzelf(!), waar ze uit alle macht vanaf probeert te komen. Dat lukt pas als opa zich er op een dag mee bemoeit. Maar hoe dat in zijn werk gaat, valt lastig uit te leggen.

Regisseur Ishii geeft de subtiele verhaallijnen namelijk een bizar tintje. Dat doet hij door surrealistische scènes, soms met digitale effecten, toe te voegen, die perfect in de speelse context passen. Ik ben gek op zulke verrassingen in films! Ishii heeft, net als Ozu, geen haast om zijn verhaal te vertellen. De film duurt dan ook 2,5 uur, wat voor sommigen wat al te lang zal zijn. Niet voor ondergetekende, die de hele tijd als in een trance aan zijn tv gekluisterd zat. The Taste of Tea lijkt je geest te vertragen, zodat het zich totaal aanpast aan het tempo en het ritme van de film. Sorry Jellinek, maar Japanse cinema is een verslavende drug waarvan ik weiger af te kicken.

(artikel uit 2007, geüpdatet in 2012)

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: film