Vervreemden, vertrekken, thuiskomen

Drie reisgenoten zaten maandag 10 februari gebroederlijk achter de gesprekstafel in De Nieuwe Liefde in Amsterdam: Peter Nissen, Ward Cortvriendt en André van der Braak. Het onderwerp luidde ‘Vervreemden van je kerk’. De heren zijn ervaringsdeskundigen, want ze maakten de nodige omzwervingen door het Nederlandse religieuze landschap.

De drie gasten hebben daarnaast hetzelfde startpunt: de Rooms-Katholieke Kerk. Peter Nissen was rooms-katholiek theoloog en werd in januari predikant in de Remonstrantse Broederschap. Cortvriendt was norbertijns broeder en abt van de Adbij van Berne in Heeswijk, maar sloot zich aan bij de Oud-Katholieke Kerk. Hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak put tegenwoordig inspiratie uit zowel het rooms-katholicisme als het boeddhisme.

Een seculiere tijd
In zijn introductie gaat Van der Braak – lid van de onderzoeksgroep Multiple Religious Belonging aan de Vrije Universiteit – in op hoe het huidige landschap in het Westen te typeren valt. Is dit een seculiere tijd? Geloof en ongeloof worden immers vaak als een tegenstelling gepresenteerd. Geloof verliest terrein, ongeloof rukt op. Aan de hand van het invloedrijke boek A Secular Age van filosoof Charles Taylor betoogt Van der Braak echter dat slechts onze manier van geloven is veranderd. Geloof in God is een keuze geworden. Het is niet meer vanzelfsprekend en er valt erg veel te kiezen. Die verschuiving is wat seculariteit inhoudt, stelt Van der Braak.

Niet kiezen, maar combineren
Zelf reisde Van der Braak “als een soort nomade” van de Rooms-Katholieke Kerk via een Amerikaanse spirituele leraar naar het zenboeddhisme. Overal pikte hij wat op. “Als ik aan mijn studenten vraag wat ze zijn, zegt bijna niemand: ik ben christen, of: ik ben boeddhist. Moslims zijn eigenlijk de enige uitzondering.” Volgens de hoogleraar vragen veel mensen zich tegenwoordig af waarom ze voor één religie zouden moeten kiezen. Waarom niet combineren? Dat is wat Van der Braak onderzoekt: het fenomeen van je thuisvoelen in meerdere religieuze tradities, oftewel multiple religious belonging.

Een toehoorder vraagt aan Van der Braak of hij zich niet verweesd voelt. “Dat klinkt een beetje negatief”, reageert hij en haalt een bekend gezegde aan: “It takes a village to raise a child. Een kind gaat overal te rade. We hebben er simpelweg een hele familie bijgekregen. Mensen hebben nog steeds behoefte aan een thuis, aan belonging, maar zoeken dat niet op één plek. Misschien is dat de weg van de toekomst?”

Herkenning
Gespreksleider Jacobine Geel wil van de andere twee gasten weten of ze zich herkennen in de introductie. Peter Nissen zegt dat te kunnen. Hij is in een midden-Limburgs dorp geboren en getogen. “De kans dat je daar vrijzinnig protestant wordt is vrij klein”, zegt hij met gevoel voor understatement. “Rooms-katholiek zijn is er even vanzelfsprekend als de lucht die je inademt en het water van de Maas die langsstroomt.” Op zeker moment raakte hij gefascineerd door oosterse mystiek en ontdekte toen dat het christendom ook een mystieke kant heeft. Een zoektocht die volgens hem niet voortkwam uit culturele vanzelfsprekendheid, maar een eigen keuze. Het instituut kerk blijft voor Nissen van waarde, maar met een kanttekening: “De kerk is er niet omdat ze er moet zijn, de kerk is er om een kader te bieden waarin je het geloof kunt delen.”

Vervreemden van je kerk - De Nieuwe Liefde

Ward Cortvriendt week tijdens zijn studie in Amsterdam af van het roomse pad. Ook zijn interesse ging in eerste instantie vooral uit naar oosterse religies. “Ik vond dat het boeddhisme pasklare antwoorden gaf op frisse vragen. Er werd geen kennis opgelepeld, het was geen apologetiek.” Hij geeft aan altijd op zoek te zijn naar plekken waar het “het mij overstijgende en ons verbindende” gedeeld kan worden. “Dat kan ook in een gebed, of in een lied.”

Push en pull
Jacobine Geel vraagt aan Peter Nissen of zijn losmaking van Rooms-Katholieke Kerk en aankomst bij de remonstranten een proces van vervreemding of toenadering was. “Het was en/en. Ik vergelijk het met migratieprocessen, waarbij push– en pull-factoren altijd een rol spelen”, aldus Nissen. Factoren die hem uit de Kerk dreven, waren onder andere de rehabilitatie van Pius X en en het verbod op liederen van Huub Oosterhuis in de liturgie.

Wat Nissen juist aantrok bij de remonstranten, waren de overeenkomsten met zijn eigen, steeds vrijzinniger wordende denken. “Geloven wordt er gezien als een persoonlijke keuze. Het is geen kwestie van conformeren, maar het ingaan van een relatie. Daarbij is de vormgeving altijd tijdgebonden.” Ook sprak het hem aan dat remonstranten wetenschap en samenleving serieus nemen en de kerk niet als een vluchtheuvel zien.

Meer ruimte
Waar Nissen op voornamelijk intellectuele gronden vertrok, speelden bij Ward Cortvriendt emotionele redenen een grote rol. Cortvriendt trad uit omdat hij verliefd werd en een relatie kreeg. Die stap had een grote impact op zijn leven. “Ik raakte mijn baan en status kwijt. Ik was een man van aanzien en begaf me in internationale kringen, en dat gaf weleens een kick. Maar ik besefte ook dat ik een functionaris was geworden en ik wilde weer Ward zijn.” Zijn nieuwe thuis, de Oud-Katholieke Kerk, is volgens hem zo ruim dat gelovigen van allerlei pluimage er een thuis kunnen vinden.

Peter Nissen ervaart bij de remonstranten eveneens meer ruimte om zich te ontplooiien. “Voorheen was ik bang om bepaalde dingen te zeggen en te doen. Er heerste de gedachte: ‘Wat als de bisschop dit hoort?’” Hij mist de roomse liturgie nog af en toe. “Ik hou van de rijkdom ervan, de remonstrantse liturgie is wat kariger. Het grootste compliment dat je na een preek kunt krijgen, is: ‘Dat was leerzaam’”, zegt hij lachend.

Andere kamer
André van der Braak merkt op dat er bij zijn twee tafelgenoten niet echt sprake lijkt te zijn geweest van een geloofscrisis. “Is het een migratie of hebben jullie in hetzelfde huis een andere kamer gevonden?” Zelf had Van der Braak al vroeg een ‘God is dood’-ervaring toen hij Nietzsche las (“Lees Nietzsche niet vóór je dertigste, dat is dodelijk!”). Via Krishnamurti en yoga kwam hij uit bij het leven van Boeddha, die spirituele dakloosheid nastreefde, waarbij vervreemding als iets positiefs gezien wordt. Dat hielp Van der Braak in te zien dat belonging iets heel fundamenteels is. Op de vraag van Jacobine Geel hoe hij zichzelf godsdienstig zou typeren, antwoordt hij: “De theoloog Paul Knitter zegt: ’Zonder Boeddha zou ik geen christen kunnen zijn’. Voor mij geldt: zonder Maria zou ik geen boeddhist kunnen zijn. Het rooms-katholicisme zit in mijn dna.”

Wat is belonging?
Cortvriendt stelt de retorische vraag wat belonging nu eigenlijk precies inhoudt. “De discipelen vragen op een gegeven moment aan Jezus: ‘Mogen we zien waar je woont?’ Vervolgens staat er iets geks: ze blijven de hele dag bij hem”, zegt Cortvriendt. “Zo zie ik belonging: ten diepste bij jezelf zijn, zodat jij een heilige plek wordt. En dat kan overal.” De term blijkt voor hem ook een wereld- en mensbeeld te omvatten, en zelfs een toekomstvisie. Van der Braak vindt dat een hele prestatie. “Charles Taylor zegt dat een samenhangend mens- en wereldbeeld niet meer bestaat. We hebben die luxe niet meer en die komt ook niet meer terug.”

Daar is Peter Nissen het mee eens: “De tijd van de grote verhalen is voorbij. Traditie is alleen nog een hulpmiddel bij de zoektocht.” Die heeft volgens hem overigens niet als doel om slechts jezelf te vinden, maar ook anderen. “Het is belangrijk dat we de ander zien. Respect is voor mij ook belonging.” André van der Braak vult aan dat het boeddhisme niet alleen gaat om ‘zijn’, want hoewel de ontwikkeling van het zelf belangrijk is, is het doel de bevrijding van alle organismen. “Net als bij Maria is er bij Boeddha sprake van een onvoorwaardelijke compassie.”

Betere airco
Jacobine Geel vraagt afsluitend aan Peter Nissen of het feit dat hij ambtsdrager is, wijst op een besef van samenhang, een systeem. “Ja, ik wil zorgen dat het verhaal doorgegeven wordt. Het gaat voor mij om compassie, samen ergens doorheen willen gaan. Compassie drijft mij naar de kansel.” Nissen vervolgt: “Ik vind het daarom belangrijk om iets van een bedding of flexibele structuur te hebben. Zo bezien ben ik in hetzelfde huis naar een andere kamer gegaan, eentje met weidser uitzicht en betere airconditioning.”


Dit artikel verscheen eerder op Zinweb.nl

Foto door Gerthe Lamers, vlnr: Jacobine Geel, Ward Cortvriendt, Peter Nissen en André van der Braak

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: geest