WikiWha? Bicameralisme

Bijzondere vondsten op Wikipedia. Dit keer de bicameralisme-hypothese van psycholoog Julian Jaynes (1920-1997). Hij stelde dat mensen enkele millennia geleden compleet anders dachten en in feite een persoonlijke ‘god’ tussen hun oren hadden, voordat maatschappelijke omwentelingen hen tot zelfbewustzijn dwongen. Ik vertaalde en herschreef voor jouw gemak gedeelten van de Engelstalige wiki-pagina:

Bicameralisme (de filosofie van ‘tweekamerheid’) is een hypothese in de psychologie die stelt dat de menselijke geest vroeger in een staat verkeerde waarin cognitieve functies verdeeld waren tussen een hersendeel dat leek te spreken en een tweede deel dat luisterde en gehoorzaamde – een geest met twee ‘kamers’.  De term werd geïntroduceerd door Julian Jaynes, die het idee presenteerde in zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind (1976), waarin hij betoogt dat de bicamerale mentaliteit tot ongeveer 3000 jaar geleden de normale en alomtegenwoordige geestelijke toestand van de menselijke geest was.

Volgens Jaynes ervoeren mensen destijds in de bicamerale state-of-mind de wereld op een manier die lijkt op die van een schizofreen. In plaats van nieuwe of onverwachte situaties bewust te evalueren, hallucineerde een persoon een stem of een ‘god’ die opdrachten of vermanend advies gaf en die hij zonder meer gehoorzaamde. Men zou zich niet bewust zijn geweest van zijn eigen gedachtegang.

Jaynes ondersteunt zijn hypothese met bewijs uit veel verschillende bronnen, inclusief historische literatuur. Hij beweert dat mensen tot ruwweg de tijd beschreven in de Ilias van Homerus doorgaans niet het zelfbewustzijn hadden die karakteristiek is voor bewustzijn zoals we dat nu ervaren. De Ilias en gedeelten van het Oude Testament laten bijvoorbeeld tekenen van cognitieve processen zoals introspectie zien en er zijn geen aanwijzingen dat de schrijvers zelfbewust waren. Latere werken wijzen op een fundamenteel andere mentaliteit: een vroege vorm van bewustzijn.

Jaynes merkt op dat er in het verre verleden meestal veel meer goden waren, die ook nog eens veel antropomorfer waren dan in recenter tijden, en hij speculeert dat dit kwam omdat elke bicamerale persoon zijn eigen ‘god’ had die zijn eigen wensen en ervaringen weerspiegelde.  In tegenstelling tot hallucinaties van tegenwoordig werden de stemmen destijds in goede banen geleid door culturele normen, met een naadloos functionerende samenleving als resultaat.

Volgens Jaynes leidde grootschalige maatschappelijke onrust rond 1200 v.C. tot een noodgedwongen verschuiving van bicameralisme naar aangeleerde introspectie en zelfbewustzijn. Hij stelt verder dat waarzeggerij, gebed en orakels in deze tijd ontstonden, in een poging om instructies te krijgen van de ‘goden’ wier stemmen men niet meer kon horen. De consultatie van bicameraal functionerende personen, het werpen van het lot, enzovoort, was een reactie op dit verlies. Huidige overblijfselen van de bicamerale geest zijn volgens Jaynes religie, hypnose, bezetenheid, schizofrenie en in het algemeen de behoefte aan een externe autoriteit bij het maken van beslissingen. (bron)

Heel smakelijk, dit soort erg speculatieve hypotheses die een heleboel kunnen verklaren, maar die bijna onmogelijk afdoende te weerspreken of bevestigen zijn. Jaynes’ theorie leunt zwaar op literair materiaal uit het tweede millennium v.C. Het is de vraag wat je uit die teksten kan en mag afleiden. Volgens deze uitgebreide recensie van Jaynes’ boek stelt hij: “Let no one say that these are just word changes. Word changes are concept changes and concept changes are behavioral changes.” Dus: een verandering in woorden komt neer op een verandering in gedrag. De macht van woorden en metaforen is in die visie groot genoeg om een samenleving te vormen. Maar mag je op basis daarvan uitspraken doen over de psychologie van individuen in die samenleving?

Het moeilijk je een wereld zonder introspectie voor te stellen. Hoe kun je excelleren, iets groots creëren, als je klakkeloos de aansporingen van je onderbewuste opvolgt? Tenminste, zo interpreteer ik de werking van de bicamerale geest. Volgens de wiki-pagina speculeren sommigen dan ook dat de enkeling die wél in staat was tot zelfbewustzijn zijn bicamerale naasten op allerlei fronten kon voorbijstreven en zo de inspiratie kon vormen voor heldenverhalen. Ik moet dan zelf denken aan mogelijk historische leiders in Mesopotamië en de Levant die een belangrijke rol spelen in oude mythen en de statuur van goden hebben. Voorbeelden zijn de legendarische geweldenaren Nimrod en Enmerkar (de laatste zou naast groot leider ook uitvinder van het spijkerschrift zijn) en de semi-mythische Gilgamesh.

En zo belanden we in de heerlijk schimmige wereld van het creatief interpreteren van oude geschriften. Volgens de recensie waar ik eerder naar linkte, betrekt Jaynes zelfs Adam en Eva bij zijn hypothese. Begrijpelijk, want het verhaal van mensen die eten van de boom van kennis (zelfkennis?) en daarna niet meer in direct contact kunnen komen met de God met wie ze daarvoor nog intieme omgang hadden (Gen. 3:8), lijkt natuurlijk naadloos op zijn ideeën aan te sluiten. Met de nadruk op ‘lijkt’. Onwillekeurig denk ik aan fantasten als Erich von Däniken en Immanuel Velikovsky, die de kunst van het aan elkaar knopen van mythen en andere multi-interpretabele teksten als geen ander beheersten. Als leek kan ik moeilijk beoordelen of Jaynes ook aan een overactieve fantasie leed. Zeker is dat hij de wetenschappelijke credentials heeft die de twee andere heren ontbeerden en dat zijn theorieën nog steeds aandacht krijgen, hoewel minder dan vroeger.

Wie meer wil weten over Jaynes’ bijzondere boek en zijn stellingen, verwijs ik naar deze samenvatting.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on Tumblr
categorie: weten